maandag 22 januari 2018


Stagevergoeding; loon naar werken? 


In de afgelopen recessie is het aantal klachten over uitbuiting onder de noemer van een stage enorm toegenomen. Er zijn afgelopen zomer zelfs kamervragen over gesteld: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20162017-2375.html Deze signalen waren voor CNV Jongeren aanleiding om de kwaliteit van de stage te agenderen in hun jongerenpanel.
 
Nu is de ene stage de andere niet. Onderwijs en bedrijfsleven hebben voor het mbo kwaliteitsstandaarden voor de beroepspraktijkvorming (bpv) afgesproken. Hiermee is de kwaliteit van de bpv geborgd en worden uitwassen voorkomen. Ik was uitgenodigd bij het CNV jongerenpanel om te spreken over de kwaliteit van stages in het mbo: http://www.cnvjongeren.nl/nieuws/jongerenpanel-5-kansrijke-ideeen-stagevergoedingen/. Een belangrijk vraagstuk voor CNV bleek de stagevergoeding, een onderwerp dat ook in Europa hoog op de agenda staat: http://nu.nl/carriere/4951349/europese-commissie-pleit-stagevergoeding.html
Over de stagevergoeding zijn geen mbo-brede afspraken gemaakt. Een standaard vergoeding is lastig te bepalen, omdat situaties en omstandigheden verschillen.

Het uitgangspunt van een stage is en blijft dat leren centraal staat. In de meeste stages ontvangt een student een stagevergoeding in de vorm van een onkostenvergoeding. De hoogte hiervan varieert en wordt bepaald door belastingregels, het mag niet te veel lijken op een vergoeding voor arbeid. Daarnaast kennen we de leerbaan, waarbij de student in dienst is en loon ontvangt voor de geleverde arbeid. De student groeit in zijn vak en de werkgever heeft baat bij de stijgende arbeidsproductiviteit.

Onder invloed van steeds flexibeler vormen van onderwijs, vervaagt het onderscheid tussen leerbaan en stage, zoals in BOL-stages met een groot praktijkdeel. Er wordt een grotere inspanning gevraagd van een BOL-student, zonder dat hier een hogere stagevergoeding of loon tegenover staat. Is dit te verantwoorden als leertijd? Of is de drijfveer hierbij toch vooral goedkope arbeid?

De student betaalt schoolgeld, werkt vrijwel fulltime zonder reële beloning en kan bovendien geen bijbaan doen om zijn telefoonabo, uitgaanspatroon en kleding te kunnen betalen. Maar je hoort maar weinig BOL stagiairs klagen, want dat brengt ze in een lastige positie ten opzichte van zowel school als leerbedrijf. Voor zijn diploma is de student immers afhankelijk van beide.

Zo bezien is de vraag van CNV Jongeren naar een stagevergoeding meer dan actueel, ook voor het mbo, want de gevraagde inspanning van een student lijkt onbegrensd. Wanneer is een stage een investering in jezelf en wanneer een vorm van goedkope arbeid? Die grens is tot op heden voornamelijk fiscaal begrensd, maar de echte vraag is: wat mag je van een student vragen onder het mom van investeren in jezelf ? Het is goed dat het CNV dit vraagstuk agendeert.

Reageren op deze column?

Stuur een bericht aan Bram Loog: loogiz@me.com

Geen opmerkingen:

Een reactie posten